SPINONE ITALIANO
Werkstandaard van de Bracco Italiano en de Spinone Italiano
Deze werkstandaard geldt voor beide rassen. Waar specifieke prestatie-eisen verschillen, worden de specifieke kenmerken van de Spinone Italiano benadrukt.
Gangwerk en Zoekpatroon
De natuurlijke gang van beide rassen is een lange, snelle draf. Afhankelijk van de omstandigheden zijn af en toe enkele galopsprongen toegestaan. Zodra de hond echter wittering krijgt, is de gang strikt draf: een levendige, efficiënte en productieve draf in strakke diagonalen (quateren) van ongeveer honderd meter of meer, breed uitgemeten en altijd aangepast aan het terrein.
-
Spinone: De draf van de Spinone is kenmerkend, hoewel deze voortkomt uit een wat meer beheerste beweging. Bij de Spinone staat het zorgvuldig uitwerken van het geurspoor voorop; het oplossen van complexe situaties vereist bij dit ras een mentaal proces, in tegenstelling tot de snelle, bijna instinctieve reacties van de grote galoppeurs. Deze grondige zoektocht gaat gepaard met een vrijwel voortdurende zijwaartse staartactie. De houding is opgericht met de nek niet te ver naar voren, zodat het hoofd hoog gedragen wordt.
-
Spinone (Zoekuitdrukking): De zoekuitdrukking weerspiegelt zijn robuustheid en onderstreept zijn functionele rol als jachthond. De zoektocht maakt een snelle verkenning van het terrein mogelijk zonder dat er enige wittering over het hoofd wordt gezien. Door de relatief kortere nek is het hoofd van de Spinone tijdens het zoeken minder mobiel, waarbij de neusspiegel zich net boven de ruglijn bevindt
Wittering opnemen en Aantrekken
Bij het opnemen van een lichte wittering vertragen de honden geleidelijk hun tempo. Ze keren met het hoofd hoog en uiterst voorzichtig terug naar de vermoedelijke bron. Dit gaat niet gepaard met overdreven uitingen, afgezien van opgerichte oren en een roerloze, licht hangende staart. Zodra blijkt dat het een vals alarm betreft, hernemen ze zonder aarzeling hun oorspronkelijke zoekpatroon, houding en tempo.
Blijkt de wittering wel van wild afkomstig, dan vertragen ze steeds verder. De laatste passen zijn zeer langzaam en behoudend, waarbij de honden soms bijna tastend hun voeten neerzetten om elk geluid te vermijden.
Wanneer ze de aanwezigheid van wild definitief vaststellen, vertragen ze onmiddellijk en gaan over tot het aantrekken (het voorzichtig naderen van het wild). De houding lijkt op die in rust, maar met de hals iets meer naar voren en de staart wat lager. Ze volgen strak de witteringslijn die hen met het wild verbindt. Soms gaat het definitieve voorstaan vooraf aan een korte tussenstop, hoewel dat niet de voorkeur geniet.
Het Voorstaan
Wanneer de hond definitief tot stilstand komt (voorstaat), strekt hij de staart en heft deze op. In rust wordt de staart horizontaal, iets eronder of iets erboven gedragen. De algehele houding is nobel, imposant, waakzaam doch kalm: goed opgericht, licht naar voren genegen, met een opgetrokken hals en het hoofd hoog met de neus licht naar beneden gericht.
-
Spinone: De oren van de Spinone staan minder rechtop dan die van de Bracco Italiano en zijn daardoor iets minder expressief.
Wanneer de hond zich plotseling zeer dicht op het wild bevindt, stopt hij abrupt. Dit gebeurt meestal rechtopstaand of met licht gebogen ledematen, waarbij het hoofd strak op het wild is gericht.
Het Volgen/Gidsen en Achtervolgen
Wanneer het wild zich verplaatst, gidsen de Bracco en de Spinone het wild op de wind. Ze controleren de directe wittering en komen uiterst beheerst in beweging. Ze blijven voortdurend in een toestand van beheerste spanning. Het aantrekken herhalen ze uiterst voorzichtig, maar vastberaden en zonder twijfel.
Doordat ze de directe wittering strak controleren en op een constante afstand van het wild blijven, passen ze hun snelheid naadloos aan op de vlucht van het wild. Wanneer het wild door terreinomstandigheden snel de benen neemt, tonen beide rassen dat hun grote voorzichtigheid een gepassioneerde achtervolging niet in de weg staat. Mocht de hond het vluchtende wild plotseling weer dichtbij naderen, dan kan hij abrupt tot stilstand komen.
Samenwerking en Aanpassingsvermogen
Een van de sterkste kenmerken van zowel de Bracco Italiano als de Spinone Italiano is de uitstekende verbinding met de voorjager. Hun rustige en weloverwogen aard stelt hen in staat hun werkstijl aan te passen aan de meest uiteenlopende omstandigheden. Ze kunnen hun acties verfijnen en aanpassen aan het type wild, het terrein en de specifieke eisen van het moment. Het zijn bijzonder veelzijdige jachthonden die op elk terrein en bij elk type wild uit de voeten kunnen.
-
Spinone: De meest indrukwekkende prestaties levert de Spinone in een ruwe of zware werkomgeving die optimaal aansluit bij zijn fysieke robuustheid.
(Italiaansevertaling naar Nederlands)
Wat is een lichte wittering
Lichte wittering is een term uit de jacht en kynologie (hondenkunde). Het betekent dat een hond een heel zwakke, subtiele of vervlogen geur van wild in de lucht opvangt.
Wittering is het jachtjargon voor de lichaamsgeur die wild (zoals een fazant, haas of ree) via de lucht verspreidt. Bij een 'lichte' wittering is die geur niet direct of krachtig aanwezig.
Dit kan verschillende redenen hebben:
-
Afstand: Het wild bevindt zich nog op grote afstand van de hond.
-
Oud spoor: Het wild is er een tijdje geleden langsgekomen, waardoor de geurgroeve bijna vervlogen is.
-
Omgevingsfactoren: Weinig wind, droge lucht of een dichte begroeiing zorgen ervoor dat de geurmolekulen zich niet goed verspreiden.
Wat doet een staande hond bij lichte wittering?
Wanneer een jachthond (zoals de Bracco of Spinone Italiano) lichte wittering opneemt, verandert zijn gedrag meteen, zoals beschreven in de werkstandaard:
-
Vertragen: De hond gaat direct over van een snelle zoekdraf naar een voorzichtige, langzamere gang.
-
Kop omhoog: De hond heft zijn hoofd hoog om de dwarrelende geurmoleculen in de lucht op te vangen.
-
Lichaamshouding: De hond wordt attent; de oren richten zich op en de staart wordt roerloos gehouden.
-
Controleren: Hij trekt uiterst voorzichtig richting de vermoedelijke bron om vast te stellen of het om 'vers' wild gaat of om een vals alarm (bijvoorbeeld een spoor van uren geleden).
Blijkt het een vals alarm, dan herneemt hij zijn snelle draf. Blijkt het echt wild, dan gaat de lichte wittering over in een sterke wittering en volgt het aantrekken en uiteindelijk het voorstaan (stilhouden).